Hernieuwbare energie is energie die afkomstig is uit natuurlijke bronnen die zichzelf steeds opnieuw aanvullen. Denk aan zonlicht, wind, water en warmte uit de aarde. Deze bronnen raken niet op, in tegenstelling tot olie, gas en steenkool. Wereldwijd groeit het gebruik van duurzame energiebronnen snel. Dat heeft alles te maken met klimaatverandering, stijgende energieprijzen en de wens om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen. Nederland loopt daarin mee, maar heeft nog een lange weg te gaan.
De belangrijkste bronnen van schone energie
Zonne-energie is op dit moment een van de meest gebruikte vormen van groene energie. Zonnepanelen zetten zonlicht om in elektriciteit. Dit kan op daken van huizen, maar ook op grote velden. Windenergie werkt op dezelfde manier: windmolens vangen de beweging van de wind op en maken daar stroom van. Op zee staan steeds meer windparken, omdat de wind daar harder en regelmatiger waait dan op land. Waterkracht is in Nederland minder gangbaar, maar in landen met grote rivieren of bergen levert het een groot deel van de energievoorziening. Geothermische energie, warmte uit de bodem, wordt in ons land steeds vaker ingezet voor de verwarming van woningen en kassen. Al deze bronnen hebben met elkaar gemeen dat ze geen directe uitstoot van CO2 veroorzaken tijdens het opwekken van stroom.
Groene energie in het verkeer en vervoer
Niet alleen huizen en fabrieken gebruiken steeds meer duurzame stroom, ook het verkeer maakt de overstap. Elektrische auto’s rijden op stroom die ideaal gezien uit groene bronnen komt. Bussen en treinen volgen hetzelfde pad. Voor vliegtuigen en schepen ligt dat moeilijker, omdat batterijen daarvoor nog niet krachtig genoeg zijn. Biobrandstoffen spelen hier een rol. Dit zijn brandstoffen gemaakt van organisch materiaal, zoals planten of resten uit de voedingsindustrie. Ze kunnen in bestaande motoren worden gebruikt zonder grote aanpassingen. Waterstof is een andere veelbesproken optie, zeker voor zwaar transport. Wanneer waterstof wordt gemaakt met behulp van zonne of windenergie, heet het groene waterstof. Die variant stoot bij gebruik alleen waterdamp uit. Het vervoer verduurzamen gaat langzamer dan de energieproductie, maar de richting is duidelijk.
Nederland en de doelen voor duurzame opwekking
In 2023 kwam ongeveer veertien procent van het totale energieverbruik in Nederland uit hernieuwbare bronnen. Dat klinkt bescheiden, en dat is het ook. De Europese Unie heeft afgesproken dat landen in 2030 minimaal 42,5 procent van hun energieverbruik uit duurzame bronnen moeten halen. Nederland moet dus flink opschalen. De overheid stimuleert dat via subsidies voor zonnepanelen, windparken en warmtepompen. Gemeenten en provincies spelen ook een rol bij het aanwijzen van locaties voor windmolens en zonnevelden. Tegelijkertijd is er maatschappelijke weerstand, omdat mensen windmolens in hun directe omgeving vaak niet willen. Dat maakt de zoektocht naar geschikte plekken ingewikkeld. Toch groeit het aandeel groene stroom elk jaar, mede door de dalende kosten van zonnepanelen en windturbines.
Wat duurzame energie betekent voor huishoudens
Veel mensen merken de overgang naar schone energie in hun eigen leven. Zonnepanelen op het dak worden steeds betaalbaarder en terugverdientijden zijn de afgelopen jaren korter geworden. Een warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht en gebruikt daarvoor elektriciteit, bij voorkeur van groene origine. Thuisbatterijen maken het mogelijk om zelf opgewekte zonne-energie op te slaan voor gebruik op momenten dat de zon niet schijnt. Mensen die geen eigen dak hebben, kunnen deelnemen aan een energiecoöperatie. Daarin investeren buurtbewoners samen in een windmolen of zonnepark en delen zij de opbrengst. Het idee is dat duurzame opwekking niet alleen voor huiseigenaren toegankelijk is, maar voor iedereen. De stap zetten kost geld en tijd, maar de energierekening daalt op de lange termijn en de uitstoot van broeikasgassen neemt af.
Veelgestelde vragen
Is groene stroom altijd beschikbaar, ook als de zon niet schijnt en de wind niet waait?
Groene stroom is niet altijd op hetzelfde moment beschikbaar als de vraag ernaar het grootst is. Op momenten dat de zon niet schijnt of de wind nauwelijks waait, moet er worden teruggevallen op opgeslagen energie of andere bronnen. Batterijen en waterstofopslag helpen daarbij, maar die technieken zijn nog in ontwikkeling. Zolang het energienet gevoed wordt door een mix van bronnen, zoals zon, wind en waterkracht, is de kans op stroomtekorten klein.
Wat is het verschil tussen groene stroom kopen bij een leverancier en zelf energie opwekken?
Groene stroom kopen bij een energieleverancier betekent dat de stroom die jij verbruikt, elders in Europa is opgewekt uit duurzame bronnen. Zelf energie opwekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen, betekent dat je direct gebruik maakt van de energie die jij zelf produceert. Beide opties verminderen de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, maar zelf opwekken geeft meer controle over de eigen energiekosten.
Hoe zit het met de milieu-impact van zonnepanelen en windmolens zelf?
De productie van zonnepanelen en windmolens kost energie en grondstoffen. Die komen vaak nog uit fossiele bronnen. Toch wekken zonnepanelen en windmolens tijdens hun levensduur veel meer energie op dan er nodig was om ze te maken. Die terugverdientijd in energie ligt voor zonnepanelen gemiddeld tussen de één en drie jaar, terwijl ze twintig tot dertig jaar meegaan. De milieu-impact over de hele levensduur is daarmee veel lager dan bij gas of kolencentrales.
