Statiegeldmanifest Nieuws Veelgestelde vragen

Beleidskritiek: Statiegeld op kleine flesjes

Keer op keer heeft de landelijke overheid het verplicht stellen van statiegeld uitgesteld, nadat het bedrijfsleven toezegde dat het de milieuproblemen op een betere manier zou oplossen. Steeds weer bleek dit niet of nauwelijks te leiden tot resultaten, maar vooral tot uitstel. Ondertussen is de hoeveelheid plastic afval van plastic flesjes de laatste tien jaar verdrievoudigd. En het recyclingpercentage is nog niet de helft van het wat tien jaar geleden al had moeten zijn.

De missers op een rijtje

  1. In 1991 werd in het eerste Verpakkingenconvenant tussen overheid en bedrijfsleven afgesproken dat in het jaar 2000 minimaal 50 procent van alle plastic flessen en flacons zou worden gerecycled. Statiegeld werd in dit Convenant herhaaldelijk genoemd als (verplicht) middel. Deze afspraken werden niet gehandhaafd en vervielen in het tweede convenant.
  2. Midden jaren negentig werd tussen overheid en frisdrankproducenten een gentlemen’s agreement gesloten: De frisdrankproducenten zouden ervoor zorgen dat niet meer dan 2 procent van de frisdrank zou worden verpakt in die nieuwe plastic flesjes zonder statiegeld. Inmiddels worden er meer kleine plastic flesjes dan grote plastic flessen verkocht.
  3. In 2001 werden in het derde Verpakkingenconvenant tussen overheid en (verpakkend) bedrijfsleven afspraken opgenomen over de vermindering van het zwerfafval van blikjes en flesjes: “Het Bedrijfsleven zorgt ervoor dat uiterlijk in het jaar 2005 de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval met ten minste 80 procent is afgenomen.” Afgesproken was dat een jaar later statiegeld zou worden ingevoerd wanneer deze afspraak niet werd nagekomen. Overheid en bedrijfsleven kwamen in 2006 echter samen tot de conclusie dat het statiegeld toch niet mocht worden ingevoerd, omdat de monitoring (meten van hoeveelheden) niet goed was geweest.
    Onderzoek van de Universiteit Leiden, in opdracht van Recycling Netwerk, toonde toen aan dat het veel waarschijnlijker was dat de hoeveelheid zwerfafval was gestegen dan dat deze met 80 procent was gedaald. En inmiddels weten we dat in die vier jaar (2001-2005) de hoeveelheid verkochte blikjes met 8 procent is gestegen en de hoeveelheid plastic flesjes met maar liefst 92 procent.
  4. In 2006 ging het Verpakkingenbesluit in. Dit besluit verplichtte bedrijven tot de inzameling en recycling van 55 procent van de kleine plastic flesjes. Ook moesten zij 95 procent van alle grote plastic flessen inzamelen. Eigenlijk betekende dit een verplicht statiegeld op meer dan 100 miljoen flessen en containers voor bijvoorbeeld melk en sappen. De toenmalige Staatssecretaris van Milieu ging echter akkoord met een plan van aanpak (de ‘mededeling’ van producentenorganisatie Nedvang) waarin de inzamelverplichtingen werden genegeerd. De milieubeweging won onder andere op dit onderwerp een procedure bij de Raad van State. De goedgekeurde mededeling werd toen vernietigd. De minister van Milieu (VROM) besloot vervolgens om het Verpakkingenbesluit aan te passen. De inzamelverplichtingen werden geschrapt. In de tussentijd werd hierop ook jarenlang niet gecontroleerd, zodat tot vorig jaar slechts enkele procenten van de grote en kleine plastic flessen zonder statiegeld werden ingezameld.
  5. In 2010 kwamen er uiteindelijk hogere verplichte recyclingpercentages. In het Verpakkingenbesluit staat nu dat 38 procent van de plasticverpakkingen in 2010 en 42 procent in 2012 gerecycled moet worden. Deze eisen -voor een producent of importeur- gelden voor alle plastic verpakkingen samen. Een uitvoeringscollectief zorgt voor de aanpak. Dit maakt het bijna onmogelijk om te beoordelen of de plastic flessen en andere verpakkingen van een individuele producent voldoende gerecycled worden. Daar komt nog bij, dat inzameling makkelijker te controleren is dan de sorteer- en recyclingactiviteiten die later in de keten (grotendeels in het buitenland) plaatsvinden. Recent onderzoek van de Milieu-inspectie toont ook aan dat in het vervolg van de keten uitval optreedt die meegerekend zou moeten worden bij het vaststellen van het recyclingpercentage.
    Inmiddels wordt er in Nederland veel gediscussieerd over de meetresultaten die zijn gepresenteerd in de Tweede Kamer. In 2010 zouden er - op onverklaarbare wijze - veel minder kunststofverpakkingen op de markt zijn gekomen, waardoor het percentage gerecyclede verpakkingen flink is gestegen.
  6. In 2010 werd 19,9 kton PET-flessen zonder statiegeld op de markt gebracht. Toch is maar 4,7 kton PET daarvan (met vervuiling meegerekend) gerecycled. Dat is minder dan 24 procent. Bedrijven die vooral plastic flessen zonder statiegeld gebruiken, kunnen dus niet hebben voldaan aan de 38 procent recycling waartoe zij in 2010 ieder verplicht waren - laat staan de 48% die ze claimden te hebben gehaald.

Statiegeld op grote én kleine plastic drankflessen is dus al sinds 1991 erkend als het inzamelsysteem met de hoogste respons en de meeste milieuwinst. Dat het nooit zo ver is gekomen, is te wijten aan een aantal invloedrijke bedrijven en onvoldoende regie door de overheid. De gemeenten, bedrijven en milieu-organisaties die het Statiegeldmanifest hebben onderschreven, roepen de regering op om eindelijk te kiezen voor een wettelijk geregeld statiegeld. Voor een schoner milieu, betere recycling en kostenefficiënte inzameling.
Ga naar pagina:    < Huidig statiegeld               Deel dit op  



© 2017 Stichting Ons Statiegeld
Contact en informatie
Recycling Netwerk
@EchteHeld op twitter
Privacyverklaring en
gebruiksvoorwaarden