Statiegeldmanifest Nieuws Veelgestelde vragen

Zwerfafval: De schuldigen

Als het gaat over zwerfafval wordt er veel naar anderen gewezen. Producenten wijzen naar consumenten. Overheden wijzen naar burgers. Ouderen wijzen naar jongeren.
Meerdere partijen zijn verantwoordelijk. Wettelijk gezien ligt de schuld achtereenvolgens bij:
  1. een producent of importeur die onvoldoende maatregelen neemt om “het ontstaan van zwerfafval zoveel mogelijk te voorkomen” (Verpakkingenbesluit; art. 3.1.d)
  2. een burger die een leeg flesje of blikje op straat gooit,
  3. een gemeente die zich niet houdt aan zijn ‘zorgplicht’.
Maar zwerfafval is ook een probleem van wetshandhaving. Gemeentes kunnen niet “achter elke boom” een zwerfafvalcontroleur zetten om mensen op de bon te slingeren wanneer ze een flesje op straat gooien. En de landelijke overheid vond het tot dusver belangrijker om de relatie met ‘het bedrijfsleven’ goed te houden, dan om frisdrankproducenten en supermarkten met de wet in de hand te dwingen om zwerfafval zoveel mogelijk te voorkomen.
Daarbij moet worden bedacht dat zwerfafval ook een groeiend probleem is door veranderende consumptiepatronen. Dat vraagt om een gedragsverandering van zowel de ´schuldigen´ als degenen die de ´schuldigen´ tot de orde moeten roepen.

De markt

Ontwikkelingen in de markt en in de levensgewoonten van mensen leiden ertoe dat consumptiepatronen veranderen. Dit heeft zijn weerslag op de samenstelling van het afval en zo ook op het zwerfafval. Bekend is dat gezinnen kleiner zijn geworden en dat er meer producten en verpakkingen aangepast zijn aan kleine of eenpersoons huishoudens. Bovendien hebben -of nemen- mensen minder tijd en kopen ze vaker voorgeprepareerde of on-the-go maaltijden. Op specifieke locaties zijn supermarktfilialen hier ook speciaal op ingericht, bijvoorbeeld de Albert Heijn to-go´s in de NS-stations. Daarnaast is het ‘snacken’ op straat of onderweg toegenomen. Deze ontwikkelingen veroorzaken steeds meer verpakkingsmateriaal in verhouding tot product en steeds meer potentieel zwerfafval. De categorieën drankverpakkingen en take-away-verpakkingen springen er daarbij duidelijk uit. Juist hier zijn maatregelen nodig om het ontstaan van zwerfafval te voorkomen, zoals producenten en importeurs wettelijk verplicht zijn.

De jongeren

Nederlanders in alle leeftijdscategorieën veroorzaken zwerfafval, bewust of onbewust. Het zijn niet alleen de jongeren, zoals vaak beweerd wordt [IPR Normag, 2010]. In de jaren 2001-2006 is onderzoek gedaan naar zwerfafvalveroorzakend gedrag, specifiek van blikjes en flesjes. In deze periode bleek bij 3,9% van de gemiddelde Nederlanders ‘zwerfafvalveroorzakend gedrag’ (weggegooid/achtergelaten maar niet in afvalbak, laten vallen). Bij jongeren bleek dat een kwart meer te zijn (4,9%) en bij de oudere groepen rond de 3,6% [Trendbox, 2002-2006]. Zoals blijkt in Figuur II veroorzaken jongeren gemiddeld net iets meer zwerfafval dan de oudere groepen: 29% ten opzichte van 23-25%. Het zwerfafvalveroorzakend gedrag kan gerelateerd worden aan alle gebruikers van eenmalige flesjes of blikjes op een andere gebruikslocatie dan thuis. Opvallend is dat jongeren meer blikjes en flesjes buitenshuis consumeren dan de oudere leeftijdscategorieën. Toch veroorzaken jongeren ondanks hun hogere buitenshuis consumptie niet substantieel meer zwerfafval dan de oudere groepen. Eerder dan de leeftijd lijkt de houding van een persoon bepalend. Volgens een onderzoek van Nederland Schoon veroorzaakt 50% van de Nederlandse burgers geen zwerfafval, 40% veroorzaakt wel eens zwerfafval (de nonchalanten) en 10% veroorzaakt ‘vaker dan wel eens’ zwerfafval, waarvan 5% regelmatig zwerfafval veroorzaakt [Nederland Schoon, 2010b]. Publiekscampagnes gericht op een concrete doelgroep zoals jongeren lossen het probleem daardoor niet adequaat op.


Verdeling zwerfafvalveroorzakend gedrag van blikjes en flesjes onder de onderzochte leeftijdsgroepen [Trendbox, 2001-2006]


Schuld en boete

Degene die op heterdaad ‘gepakt’ wordt bij het op straat gooien van een flesje of blikje is duidelijk schuldig en krijgt een boete van 100 euro. De pakkans is echter niet groot: tegenover de tientallen miljoenen blikjes en flesjes die op straat worden weggegooid staan waarschijnlijk enkele honderden bekeuringen. De schuld van een producent of supermarkt is niet ‘op heterdaad’ vast te stellen. Het gaat dan immers niet om een daad, maar juist om het uitblijven van daden: er is geen statiegeld ingevoerd op plastic flesjes en er zijn ook geen andere maatregelen genomen om zwerfafval te voorkomen. Tot dusver zijn er in het geheel geen boetes gegeven aan bedrijven die zich niet houden aan het Verpakkingenbesluit.
Ga naar pagina:    < Dierenleed    Aanpak bedrijven >           Deel dit op  



© 2017 Stichting Ons Statiegeld
Contact en informatie
Recycling Netwerk
@EchteHeld op twitter
Privacyverklaring en
gebruiksvoorwaarden